All posts by Annet

Zorgen voor jezelf… Draai jij er ook omheen?

Om lager te leggen

Al een paar jaar woont er een idee in mijn hoofd, als een vervolg op de Onder-je-kussen-kaartjes. Telkens wanneer ik tegenwoordig trouwens ‘een paar’ zeg, roept meneertje (5): “Een paar is twee, mama.” De eerlijkheid gebiedt mij dan ook te zeggen dat ik er al vier jaar mee rondloop. Nog nauwkeuriger gezegd: dat ik er al vier jaar rondjes omhéén loop Bijna iedere dag denk ik er aan. In mijn studio prijken een stapel boeken en een stapel artikelen vol knalroze geaccentueerde passages. Groeiende stapels, omdat ik voortdurend vind dat ik nog een boek of artikel moet lezen, of cursus dien te volgen, voor ik daadwerkelijk bekwaam genoeg ben om mijn idee te gaan uitwerken.

Wel maak ik – zoals je wellicht eerder las – dagelijks aantekeningen op kladbriefjes. Hoe vaak ik al niet een nieuw notitieboek heb aangeschaft om daar voortaan écht ál mijn hersenspinsels in te verzamelen… Maar de inzichten blijven overal en nergens verschijnen. Inmiddels bestaat mijn collectie uit ten minste vijf notitieboeken en slingeren er nog steeds tientallen kladblaadjes door het huis (in mijn tas, achterop bonnetjes, op mijn bureau, in de keuken, naast mijn bed, op de overloop). Ik heb zelfs een waar ritueel ontwikkeld waarbij ik eens in de zoveel tijd al mijn digitale en papieren kladbriefjes bij elkaar zoek (kost energie!) en om ze vervolgens samen te vatten tot één A4’tje (word ik zo heerlijk rustig van!). Soms voel ik me een wandelende ideeëngenerator en wens ik: “had ik er maar niet zoveel.”

Hahaaa, natuurlijk weet ook ik heus wel dat die ideeën en kladbriefjes me noch letterlijk, noch figuurlijk in de weg liggen. Dat het feit dat ik ster ben in rondjes om het nieuwe idee heen draaien het feitelijke euvel is. Maar binnen in dat rondje is het zo verhipte spannend en ongemakkelijk. “Want wie ben ik om… Een ander kan toch veel beter… Wie zit hier op te wachten… Bestaat zoiets niet al…” Wanneer ik mijn grote teen ook maar aan de rand in het rondje dip, duiken er tientallen kritische stemmetjes op. Ik wil dan het liefst vluchten. Me verdoven. Totdat – en nu sla ik even 350 kilometer over – ‘het leven’ mij een paar (ja zoon, echt twee!) maanden geleden een flinke duw gaf en me midden in die ronde arena deed belanden. Die twee maanden heb ik me nog langs de randen weten te bewegen, maar inmiddels ben ik op de middenstip aangekomen. Dat wil zeggen: eind vorige week nam ik de beslissing om er te gaan staan. ‘The only way out is in.’ En de enige weg naar uitwerking van mijn idee (en zo naar meer mezelf zijn en vooral meer laten zien) is niet alleen de arena in, maar ook ‘mijzelf in’. Naar binnen. Ondanks de stemmen. Want stiekem is er nog een way out: ‘through’… 

The only way out is in.
The only way out is through.

Ik voel dat ik er nu sta. Alleen is het er nog wat onwennig. Want ik heb ‘slechts’ een richting en geen vast omlijnd plan. Maar hier naast mijn computer lees ik op een kladbriefje (!) dat creëren, doen, voelen, ervaren en zijn mij in de arena houdt. Ideeën omzetten in vorm. Let’s do this!

ja ik kannen

Ja, ik (water)kannen

Het leuke is, vind ik nu, dat ik eind vorige week de stap zette. Vlak vóór mei begon. Ik heb ‘m omgedoopt tot ‘Zorgen voor Meizelf’-maand. Want dat is mijn nieuwe richting. Afgelopen weekend herinnerde ik andere moeders en mijzelf eraan om de lat lager te leggen (zie foto hierboven) en daarom mag ik bést vandaag beginnen, ‘pas’ op 3 mei  Het tweede leuke is, dat het in mei ook Moederdag is. Zorgen voor Meizelf als moeder. Zorgen voor jezelf als moeder.

Over zorgen voor jezelf wordt vaker geschreven en gepraat. Maar wat is het nou eigenlijk? En hoe doe je het dan? En waarom zou je het willen doen? Kijk, mijn richting wordt me al iets meer duidelijk. Antwoorden op deze vragen ga ik de komende tijd voelen, ervaren en vertalen naar tekst, tekeningen en andere maaksels. Ik zal ze (af en toe) met je delen.

Wat ik nu al wil delen is een verhaaltje bij mijn illustraties van de ‘Ja, ik (water)kan het’. Willeke Roest legde ‘voor jezelf zorgen’ tijdens de Thomas Gordon Communicatie Training die ik bij haar volg als volgt uit. Ze nam een kan met water, pakte vier glazen en begon alle glazen één voor één vol te schenken. Na het derde glas was de kan leeg en was er niets meer over voor het vierde glas. Veel moeders overkomt dit, misschien herken je het. Je schenkt je aandacht eerst aan iemand of iets anders en als laatste pas aan jezelf. En dan kom je er later op de dag achter dat je aandacht (energie, tijd, etc.) ineens op is. Schenk iedere ochtend je kop helemaal vol en blijf ‘m vullen gedurende de dag. Zo kan er ook altijd een ander uit meedrinken. ♥ En vertel, hoe zit het met jou en voor jezelf zorgen? Ik hoor héél graag van je! 

P.S.: stay tuned via facebook en/of instagram want er komt een paar (ja, twee!) mooie weggeefacties aan voor Moederdag!

Onder-Je-Kussen-32_site

 

 

 

Ouders geen aandacht voor hun kinderen? Geen aandacht voor zichzelf!

© www.wieringfotografie.nl

Ooit bedacht ik dat ik van aandacht mijn werk wilde maken. Ik vond namelijk dat deze tijd schrééuwt om aandacht. Maar ik houd niet van lawaai en daarom ben ik het uiteindelijk gaan schenken. Letterlijk en figuurlijk. Misschien heb je het wel eens ergens of via iemand anders – want aandacht is er om te verdelen – van me geschonken gekregen. Inmiddels is het ruim zes jaar later en merk ik op dat er alleen maar méér en harder geschreeuwd wordt. En dat juist degenen die (erom) schreeuwen aandacht ook daadwerkelijk het hardst nodig hebben.

Ik doel in dit geval op de “onuitstaanbare ouders” waarover Roderick Veelo half december schreef: ouders die zich van achter de zijlijn – dat dan blijkbaar nog wel – van het sportveld luidkeels bemoeien met het spel van hun zoon of dochter. En vooral ook met beslissingen van scheidsrechters en trainers. Deze ouders stellen hoge eisen aan hun kinderen en als ze op school niet overgaan komen ze verhaal halen bij de docent. Of ze vinden andere ‘creatieve’ oplossingen om ‘het niveau van hun kind hoog te houden’…

Roderick vraagt zich af “wat er mis is gegaan tussen hun eigen jeugd, waarin ouders eenvoudig tevreden konden zijn als hun kinderen plezier hadden, en de bezetenheid met de prestatie van hun eigen kroost nu?” “Erg diep inzicht is er niet voor nodig,” antwoordt hij zelf, “om te zien dat ouders van nu hun gebrek aan tijd en aandacht gruwelijk compenseren ten koste van alles en iedereen.” Hij wil “dat paal en perk wordt gesteld aan dit fanatisme”.

Het onderwerp heeft me nog niet losgelaten en daarom wil ik jou alsnog wél even de diepte mee innemen. En een oplossing voorstellen, want in Roderick’s schrijven vond ik er geen. Als je gaat graven, namelijk, dan ontdek je dat deze ouders behalve voor hun kinderen, ook geen tijd en aandacht hebben voor zichzelf. Zij proberen op hun beurt aan allerlei al dan niet bewust opgelegde verwachtingen te voldoen. Een succesvolle carrière, een leuk sociaal leven, een strak lichaam, een gezellig gezin, een mooi huis. Het kan en moet allemaal en zo dient het vooral ook gepresenteerd te worden aan hun echte én digitale vrienden. Agenda’s van ouders en hun kinderen zitten propvol. Gadgets lossen vrije uurtjes op en aan de hand van stickers plakken wordt ‘lastig’ gedrag uit de weg geruimd.

onder-je-kussen-30_site

De zaadjes van de verwachtingen (van hun kinderen en zichzelf) zijn bij deze “onuitstaanbare ouders” geplant in hún jeugd. Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe meer volwassenen het voor het zeggen hadden en het kind moest gehoorzamen. Deed je dit niet, dan kreeg je straf. Regels over hoe het hoorde werden bovendien (meer) opgelegd  door kerken, scholen en andere instanties. Van een prestatiemaatschappij was nog minder sprake en de aandacht was ongetwijfeld meer bij het hier en nu. Maar hoeveel van die aandacht was écht en oprecht? Waren jouw ouders tevreden met wie jij was als individu of waren ze tevreden omdat je naar hen luisterde (en in hun ogen “lekker plezier” had)? In hoeverre kon en mocht jij jezelf zijn? Konden jouw ouders zichzelf zijn? En hun ouders? Iedere generatie heeft zo een beetje meer ruimte weten te ‘ontfutselen’.

Ruimte is er nu wel dégelijk. (Oeh, laat dat eens tot je doordringen!) Vroeger moest er meer zwaar fysiek werk verricht worden, waren er minder machines (laat staan slimme apparaten) die taken van ons overnamen en was er de zorg voor veel grotere gezinnen. Punt is alleen dat we de ontstane ruimte niet innemen, maar dat we de tijd nog steeds opvullen met voldoen aan die verhipte verwachtingen. We streven allerlei doelen in de buitenwereld na en laten onze aandacht van het pad van dingen die er écht toe doen afleiden door de onbehapbare hoeveelheden informatie, beelden en mogelijkheden die dagelijks op ons afgevuurd worden. En waarvan we van onszelf verwachten dat we er iets mee moeten.

Stiekem denk ik dat die “onuitstaanbare ouders” zo hard schreeuwen om de stem die ze vroeger niet konden laten horen alsnog te laten gelden. Misschien komen ze eigenlijk niet op voor hun kind, maar voor hun eigen innerlijke kind. Het innerlijke kind dat nooit geleerd heeft dat het mag zijn wie het is. En dat het op zichzelf kan vertrouwen.

Die “onuitstaanbare ouders” zitten gewoon een beetje in de knoop. Ook zij voelen dat de wereld verandert. Alsof ze laatste pogingen doen om zich vast te klampen aan (schijn)zekerheden in de buitenwereld. Als je maar genoeg verdient, als je maar de juiste diploma’s op zak hebt, als je maar ergens heel goed in bent, als je maar netjes dankjewel zegt en handjes schudt, oftewel als je maar voldoet aan verwachtingen, dán ‘komt het goed’. Om iets te bereiken, dien je in jezelf te geloven en daarom wordt hun kinderen bovendien dagelijks verteld dat zij de állerbeste zijn. Omdat er geen tijd en oprechte aandacht is, wordt alles wat zij doen en zeggen klakkeloos beloond met superlatieven. Wat dat betreft ben ik het wel een beetje met Roderick eens. Hij vreest voor een nieuwe generatie onuitstaanbaren: de nieuwe generatie die denkt “dat alles om hen draait. Opgejaagd door ouders, verwend met applaus en onkundig met tegenslagen.”

Toch heb ik grote hoop dat kinderen daar zelf een stokje voor gaan steken. Niet voor niets hoor ik steeds meer ouders zeggen dat hun kind zo ‘gevoelig’ en ‘pittig’ is (Count me in, baby!). Kinderen van nu dagen je uit om op te komen dagen. Als de meest oorspronkelijke versie van jezelf. Om je tablet als oppas en je beloningssystemen om iets van ze gedaan te krijgen overboord te gooien. Om de verbinding áán te gaan, met hun en vooral ook met jezelf. Kinderen willen oprechtheid, waarheid, gelijkwaardigheid en dat je je openstelt. Ze willen dat je hen ziet, hoort, accepteert en respecteert. Dat je van ze houdt, precies zoals ze zijn. Juist om wie ze zijn. Dat vraagt dat jij steeds meer jezelf gaat zien, horen, accepteren en liefhebben. Precies zoals jij bent. Dat je het vertrouwen in jezelf en in het leven niet uit prestaties en gadgets in de buitenwereld haalt, maar uit je diepste binnenste. Je kind volgt namelijk je voorbeeld; niet je advies.

Dat is niet de weg van de minste weerstand, maar wel een naar een ‘uitstaanbare’ wereld. Haha, misschien zelfs de snelweg naar complete verlichting 🙂 Het pad van waardering is een prachtige manier om die verbinding op een laagdrempelige en sprankelende manier aan te gaan. Het betekent niet dat je je kind de hemel in prijst, maar dat je heel bewust stilstaat bij – aandacht hebt voor – wat je kind voor jou betekent. Dat je leert benoemen hoe je kind jouw leven verrijkt en dat je dat ook deelt. Dat gaat veel dieper dan ‘mooi’ of ‘goed’. En – erg fijn meegenomen – het maakt dikke vette korte metten met verwachtingen. Ruimte héb je, nu de tijd nog maken! Oh wacht, wat dacht je van in stilte oefenen langs de zijlijn? Ssssst…

jij bent in verbinding

Twee mannen willen met mij getrouwd zijn!

ik-waardeer-jou

“Nou, hij wil zeker iets van je!”, merkte een dame op toen ze mijn zoon (4) in het gangpad van een supermarkt tegen mij hoorde zeggen: “mama, ik vind je lief”. Blijkbaar had deze mevrouw minder oprechte ervaringen met dezelfde woorden. Voor mij hebben ze echter de tegenovergestelde energie van de conclusie die zij eraan koppelde. Al sinds mijn zoon zich van mij – zijn wonderschone mama – bewust is en kan praten, verkondigt hij af en toe op een dag: “Hé, mama” of “Ik vind je lief”. Voor hem de woorden waarmee hij de verbinding die hij op dat moment voelt, vangt. Of dat nou samen thuis is tijdens het spelen met lego, of onder de tl-lampen in de schappen op zoek naar biologische boodschappen. Die momenten vind ik ‘pristine’: een prachtig Engels woord voor feilloos, loepzuiver, puntgaaf, smetteloos, puur, volmaakt. Alles vertraagt dan even en ik krijg de mogelijkheid – weer eens op een presenteerblaadje – aangereikt om extra te waarderen wat ik ook al in de lucht voelde hangen. Magisch.

Laatst werd het iets concreter. Alhoewel, misschien gingen we toen naar de andere kant van het spectrum. Ik lag naast mijn zoon in bed tijdens het bedritueel, toen hij verklaarde: “Oh mama, ik vind jou zóóó lief. Als ik groot ben… [hier denk ik “oh, gaat het mij dan nu ook echt gebeuren?”] … dan wil ik met je trouwen.” Innerlijk stond ik uitbundig te dansen. Ik weet dat dit bij de ontwikkelingsfase van jonge kinderen kan horen, maar ik voelde me even zó gewaardeerd. Als moeder die ook maar mens is, willen er zomaar twee mannen met mij getrouwd zijn… Helemaal en juist om wie ik ben! 

Onder-Je-Kussen-11_site

‘Het diepste principe van de menselijke natuur is naar waarde te worden geschat’, schreef William James. Of je nou in een hutje op de hei woont of in een miljoenenstad, overal ter wereld worden mensen geboren met dezelfde basisbehoeften. Humanistische psychologen, waaronder Abraham Maslow en Marshall Rosenberg, noemen ‘behoeften’ ook wel de ‘de energie van het leven’, of ‘de fundamentele motivatie voor alles wat je doet’. Gedurende het leven streeft ieder mens ernaar om deze behoeften vervuld te krijgen. Dat pak jij misschien op een andere manier en in andere volgorde aan dan bijvoorbeeld je buurvrouw, maar bij jullie beiden zijn je basisbehoeften altijd de drijvende kracht achter alles wat je zegt en doet. (Lees die laatste zin nog maar eens. Wauw!)

Maslow vertaalde zes universele behoeften naar ‘zijn piramide’ en waardering is daar één van. De behoefte aan waardering van jezelf én naar waarde geschat worden door de ander: (wederzijds) respect, acceptatie, erkenning als persoon, erkenning op grond van je kwaliteiten, het verwerven van een bepaalde status, etc. Ook waardering om wie jij bent, als uniek mens.

Weet je dat jij heel gemakkelijk in iemands behoefte aan waardering kunt voorzien? Daarvoor hoef je écht geen huwelijksaanzoek doen 🙂 Je gewaardeerd voelen zit ‘m juist in de kleine dingen. We horen zo vaak wat er ‘fout’ gaat, dat het des te waardevoller is om vanuit iemands hart te horen wat er wél ‘goed’ gaat en vooral waarom. De kracht van waarderen zit ‘m in het opmerken, in het waarnemen, in het zien. Dat vraagt een aanwezige en open houding en het kunnen vangen van het moment.

Als je de tijd en moeite neemt om je waardering oprecht en zorgvuldig uit te spreken naar een ander, dan ontstaat er meer dan alleen een glimlach. Je geeft de ander het gevoel dat hij gezien wordt, zonder dat diegene daar een prestatie voor hoeft leveren. Je laat de ander merken dat hij, door zichzelf te zijn, een verschil maakt. In ieder geval in jouw leven. En dat is ‘mooi in het kwadraat’, want zo vervul jij tegelijkertijd jouw eigen behoefte van het willen verrijken van/bijdragen aan het leven van een ander. Bovendien beschik je zelf vaak ook over de kwaliteiten die je in een ander herkent. ‘Mooi tot de derde macht’ dus! Vertel, wie waardeer jij vandaag?

appreciation-copy

En dan tot slot, om het verhaal nog even rond te maken: niet alleen de dame in de supermarkt trekt conclusies, zoonlief ook. Vorige week vroeg hij of mannen ook met elkaar kunnen trouwen. Na het aanhoren van mijn antwoord zei hij de volgende dag tegen zijn vader dat hij ook met hem wilde trouwen! 

Ik heb éééven mijn eigen tijd nodig

de-manier-waarop-copy

Trampolines stonden tot voor kort alleen in (speel)tuinen van anderen en daarom was in ons huis tot die tijd het grote bed letterlijk en figuurlijk mijn zoons springplank. Een tijdje geleden waren we samen beneden, toen meneertje (4) zei: “Ik moet even naar boven.” Je begrijpt, dat is codetaal voor ‘tijd om te springen’. Toen ik later de slaapkamer binnenstapte om schone was in de kast te leggen, riep hij al hupsend glorieus een aantal woorden waarover ik ‘m vroeg of hij ze misschien wilde herhalen. Ik had het goed gehoord: “Mama, ik heb éééven mijn eigen tijd nodig.” Hij grijnsde van oor tot oor.

Ik had mijn zoons uitspraak op een kladbriefje geschreven om ‘m later over te nemen in een o.a. daarvoor bedoeld schrift. Terwijl ik de volgende dag met iets bezig was in de keuken, had hij een aantal rondslingerende papiertjes gepakt en was ermee aan het knippen geslagen. En – ik verzin het niet – wat kreeg ik op een presenteerblaadje toen hij vervolgens enthousiast naar me toekwam met zijn knipsel? Dit:

ik-heb-mijn-eigen-tijd-nodig-zw

Woorden. Je kunt over ze struikelen, ermee spelen, ze uit de mond van een ander halen en ze afwegen. Soms is iets te gek voor woorden, moet je erop passen, blijven ze hangen of wil je ze ergens niet aan vuil maken. Soms gebruik je ze om stiltes op te vullen en een andere keer heb je aan een half exemplaar genoeg. Soms moet je naar ze zoeken. Soms komen ze vanzelf of ontglippen ze je zelfs. Soms zijn ergens geen woorden voor, of heeft iemand het laatste genomen. Soms zou je ze zelf liever terugnemen, maar dat kan nooit want uitgesproken woorden zijn gegraveerd in de eeuwigheid. Soms moet je net zo lang slijpen tot woorden precies omschrijven wat je bedoelt en soms zorgen ze dan nóg voor verwarring. Soms vergen woorden moed. Om te zeggen wat je werkelijk vindt of voelt, om jouw waarheid te spreken. Soms zeg je heel vaak soms. En soms… komen je eigen woorden (meerdere keren) bij je terug!

In het systeem waarin wij leven gebruiken we symbolen om met elkaar om te gaan en elkaar te begrijpen. Taal (gesproken en lichaamstaal – ik richt me hier op het eerste) is het meest gebruikte symbool waarmee wij communiceren (waarmee we in contact treden met onszelf en anderen). Jij en ik gebruiken zo’n 16.000 woorden hardop per dag, veelal onbewust en op de automatische piloot. Ook de publieke ruimte is gevuld met woorden. Er worden er dagelijks honderdduizenden over ons uitgestrooid.

Ik vraag me wel eens af hoeveel woorden zomaar het universum in geslingerd worden, zonder juiste of heldere intentie en zonder besef van het effect van onze keuze ervan. Want woorden lijken misschien ‘slechts’ woorden, ze hebben enorme kracht. Woorden raken. Ze zorgen óf voor afstand óf voor verbinding. Met woorden kun je jezelf of iemand anders afwijzen of toelaten, afbreken of verwarmen en laten stralen.

Natuurlijk wil jij je kind laten stralen! Een van de eenvoudigste én meest effectieve manieren om een ander het gevoel te geven dat hij/zij gezien wordt, is door je waardering over te brengen. Wat zou er gebeuren als je je (nóg meer) richt op wat je in je kind waardeert? En als je de tijd neemt om de juiste woorden te zoeken en vinden, en die ook uit te spreken? Hoe voelt je kind zich dan? Hoe voel jij je dan? En wie en wat zouden jullie dan ‘zomaar’ allemaal nog meer kunnen gaan waarderen? Met Onder-je-kussen-kaartjes ontdek je het. Haal de zonnebrillen maar te voorschijn!

Welke woorden heb jij weleens teruggekregen, bijvoorbeeld van je kind?

Foto credits: www.ohbeautifulworld.com

Foto: www.ohbeautifulworld.com

En ik vind het spannend, én ik doe het

Just sit with it - OJKK blog

Mijn zoon (bijna 4 toen ik dit schreef) wilde de haan. Al maanden. Zo’n beetje zijn eerste keer in een speelgoedwinkel ooit had hij ‘m uitgezocht, maar eenmaal buiten verruilde hij ‘m alsnog voor de blauwe papegaai. De keren erna koos hij de zeearend en de ‘papegaai met veel kleurtjes’. De haan bleef echter kraaien in zijn gedachten en vorige week vroeg hij er weer om.

‘Je kunt niet zomaar weer een cadeautje krijgen’, was mijn eerste gedachte. ‘Maar hoe doen we dat eigenlijk met cadeautjes?’ Zakgeld is nog niet aan de orde en een afspraak hierover hadden we nog niet gemaakt. We staken onze drie hoofden bij elkaar en bedachten voorlopig: één (klein) cadeautje per maand.

De haan moest het worden voor september. Voor vertrek spraken we af dat als dat beestje er niet zou zijn, we het zouden bestellen. Je raadt het al, de meest uitheemse dieren stonden uitgestald, maar de Hollandse haan was ‘m gevlogen. Meneer had zich inmiddels vastgeklampt aan de staart van een haai. Boos tot in zijn tenen was hij, dat we de haai achter gingen laten en de haan bestellen. Of ik achteraf gezien de haan niet gewoon had kunnen doorschuiven naar oktober weet ik niet, maar we namen onszelf en de boosheid mee naar buiten en daar ging mijn zoon verder tekeer. Ik liet hem in mijn volle aanwezigheid uitrazen. I just sat with him. Even was hij zó woest dat hij stampvoette en het slijm zijn neus uitliep. Hij snoot twee keer op volle kracht… in mijn ‘eerste-nieuwe-jas-in-7-jaar’, die ik uiteraard voor het eerst aanhad. (Septembercadeau voor mezelf!) I just sat with it, and continued to sit with him. Uiteindelijk was de boosheid ‘op’ en fietsten we naar huis. Er zat een zingend kind achterop.

Soms is iets zo maagdelijk, zo smetteloos, dat het je belemmert om je er vrij in/mee te bewegen. Zoals een nieuw dagboek nu eenmaal een eerste pennenstreek nodig heeft om ontspannen ‘verder te kunnen leven’, heeft een (tweedehands) auto een eerste kras nodig, een kledingstuk een eerste vlek en… een blog een eerste post.

Ik stond al een week op de drempel van mijn eerste blogpost. Een lege witte eerste pagina in een blogwereld waarin al miljoenen woorden zijn geschreven. ‘Wat voeg ik toe? Klink ik niet te zweverig? Kan ik eigenlijk wel schrijven?’ De stemmen in mijn hoofd staan zeker op dat soort momenten vooraan, op de luidste stand klaar om Annet de grond in te timmeren. Om haar héél klein en onkundig te maken. Zodat ze er misschien wel niet aan begint. Wat die stemmen niet onthouden, is dat Annet niet opgeeft. Ze zet haar schouders eronder, redeneert er tegenin en stampvoet. (Daar wordt ze trouwens erg moe van – en haar man ook!)

Tijdens het uien snijden vanmiddag – de aha-momenten komen wanneer je ze het minst verwacht – realiseerde ik me opeens dat ik me zó vastklamp aan die stemmen dat ik vergeet dat ik ze ook gewoon door me heen kan laten waaien. ‘Én ik vind het spannend, én ik ga verder.’

Just sit with it

Ik besloot de stemmen ‘in een potje te doen’ en er letterlijk mee te gaan zitten. To just sit with it. Ik liet ze uitrazen tot de angst – voor dat moment – ‘op’ was. Duurde ongeveer een kwartiertje. Ik heb het potje vervolgens hópla leeg gekiept in de bosjes en ben gaan schrijven.

Oeh, wat bevrijdend. En kijk, de eerste blog is er!