Categorie: Geen categorie

Zorgen voor jezelf… Draai jij er ook omheen?

Om lager te leggen

Al een paar jaar woont er een idee in mijn hoofd, als een vervolg op de Onder-je-kussen-kaartjes. Telkens wanneer ik tegenwoordig trouwens ‘een paar’ zeg, roept meneertje (5): “Een paar is twee, mama.” De eerlijkheid gebiedt mij dan ook te zeggen dat ik er al vier jaar mee rondloop. Nog nauwkeuriger gezegd: dat ik er al vier jaar rondjes omhéén loop Bijna iedere dag denk ik er aan. In mijn studio prijken een stapel boeken en een stapel artikelen vol knalroze geaccentueerde passages. Groeiende stapels, omdat ik voortdurend vind dat ik nog een boek of artikel moet lezen, of cursus dien te volgen, voor ik daadwerkelijk bekwaam genoeg ben om mijn idee te gaan uitwerken.

Wel maak ik – zoals je wellicht eerder las – dagelijks aantekeningen op kladbriefjes. Hoe vaak ik al niet een nieuw notitieboek heb aangeschaft om daar voortaan écht ál mijn hersenspinsels in te verzamelen… Maar de inzichten blijven overal en nergens verschijnen. Inmiddels bestaat mijn collectie uit ten minste vijf notitieboeken en slingeren er nog steeds tientallen kladblaadjes door het huis (in mijn tas, achterop bonnetjes, op mijn bureau, in de keuken, naast mijn bed, op de overloop). Ik heb zelfs een waar ritueel ontwikkeld waarbij ik eens in de zoveel tijd al mijn digitale en papieren kladbriefjes bij elkaar zoek (kost energie!) en om ze vervolgens samen te vatten tot één A4’tje (word ik zo heerlijk rustig van!). Soms voel ik me een wandelende ideeëngenerator en wens ik: “had ik er maar niet zoveel.”

Hahaaa, natuurlijk weet ook ik heus wel dat die ideeën en kladbriefjes me noch letterlijk, noch figuurlijk in de weg liggen. Dat het feit dat ik ster ben in rondjes om het nieuwe idee heen draaien het feitelijke euvel is. Maar binnen in dat rondje is het zo verhipte spannend en ongemakkelijk. “Want wie ben ik om… Een ander kan toch veel beter… Wie zit hier op te wachten… Bestaat zoiets niet al…” Wanneer ik mijn grote teen ook maar aan de rand in het rondje dip, duiken er tientallen kritische stemmetjes op. Ik wil dan het liefst vluchten. Me verdoven. Totdat – en nu sla ik even 350 kilometer over – ‘het leven’ mij een paar (ja zoon, echt twee!) maanden geleden een flinke duw gaf en me midden in die ronde arena deed belanden. Die twee maanden heb ik me nog langs de randen weten te bewegen, maar inmiddels ben ik op de middenstip aangekomen. Dat wil zeggen: eind vorige week nam ik de beslissing om er te gaan staan. ‘The only way out is in.’ En de enige weg naar uitwerking van mijn idee (en zo naar meer mezelf zijn en vooral meer laten zien) is niet alleen de arena in, maar ook ‘mijzelf in’. Naar binnen. Ondanks de stemmen. Want stiekem is er nog een way out: ‘through’… 

The only way out is in.
The only way out is through.

Ik voel dat ik er nu sta. Alleen is het er nog wat onwennig. Want ik heb ‘slechts’ een richting en geen vast omlijnd plan. Maar hier naast mijn computer lees ik op een kladbriefje (!) dat creëren, doen, voelen, ervaren en zijn mij in de arena houdt. Ideeën omzetten in vorm. Let’s do this!

ja ik kannen

Ja, ik (water)kannen

Het leuke is, vind ik nu, dat ik eind vorige week de stap zette. Vlak vóór mei begon. Ik heb ‘m omgedoopt tot ‘Zorgen voor Meizelf’-maand. Want dat is mijn nieuwe richting. Afgelopen weekend herinnerde ik andere moeders en mijzelf eraan om de lat lager te leggen (zie foto hierboven) en daarom mag ik bést vandaag beginnen, ‘pas’ op 3 mei  Het tweede leuke is, dat het in mei ook Moederdag is. Zorgen voor Meizelf als moeder. Zorgen voor jezelf als moeder.

Over zorgen voor jezelf wordt vaker geschreven en gepraat. Maar wat is het nou eigenlijk? En hoe doe je het dan? En waarom zou je het willen doen? Kijk, mijn richting wordt me al iets meer duidelijk. Antwoorden op deze vragen ga ik de komende tijd voelen, ervaren en vertalen naar tekst, tekeningen en andere maaksels. Ik zal ze (af en toe) met je delen.

Wat ik nu al wil delen is een verhaaltje bij mijn illustraties van de ‘Ja, ik (water)kan het’. Willeke Roest legde ‘voor jezelf zorgen’ tijdens de Thomas Gordon Communicatie Training die ik bij haar volg als volgt uit. Ze nam een kan met water, pakte vier glazen en begon alle glazen één voor één vol te schenken. Na het derde glas was de kan leeg en was er niets meer over voor het vierde glas. Veel moeders overkomt dit, misschien herken je het. Je schenkt je aandacht eerst aan iemand of iets anders en als laatste pas aan jezelf. En dan kom je er later op de dag achter dat je aandacht (energie, tijd, etc.) ineens op is. Schenk iedere ochtend je kop helemaal vol en blijf ‘m vullen gedurende de dag. Zo kan er ook altijd een ander uit meedrinken. ♥ En vertel, hoe zit het met jou en voor jezelf zorgen? Ik hoor héél graag van je! 

P.S.: stay tuned via facebook en/of instagram want er komt een paar (ja, twee!) mooie weggeefacties aan voor Moederdag!

Onder-Je-Kussen-32_site

 

 

 

Ouders geen aandacht voor hun kinderen? Geen aandacht voor zichzelf!

© www.wieringfotografie.nl

Ooit bedacht ik dat ik van aandacht mijn werk wilde maken. Ik vond namelijk dat deze tijd schrééuwt om aandacht. Maar ik houd niet van lawaai en daarom ben ik het uiteindelijk gaan schenken. Letterlijk en figuurlijk. Misschien heb je het wel eens ergens of via iemand anders – want aandacht is er om te verdelen – van me geschonken gekregen. Inmiddels is het ruim zes jaar later en merk ik op dat er alleen maar méér en harder geschreeuwd wordt. En dat juist degenen die (erom) schreeuwen aandacht ook daadwerkelijk het hardst nodig hebben.

Ik doel in dit geval op de “onuitstaanbare ouders” waarover Roderick Veelo half december schreef: ouders die zich van achter de zijlijn – dat dan blijkbaar nog wel – van het sportveld luidkeels bemoeien met het spel van hun zoon of dochter. En vooral ook met beslissingen van scheidsrechters en trainers. Deze ouders stellen hoge eisen aan hun kinderen en als ze op school niet overgaan komen ze verhaal halen bij de docent. Of ze vinden andere ‘creatieve’ oplossingen om ‘het niveau van hun kind hoog te houden’…

Roderick vraagt zich af “wat er mis is gegaan tussen hun eigen jeugd, waarin ouders eenvoudig tevreden konden zijn als hun kinderen plezier hadden, en de bezetenheid met de prestatie van hun eigen kroost nu?” “Erg diep inzicht is er niet voor nodig,” antwoordt hij zelf, “om te zien dat ouders van nu hun gebrek aan tijd en aandacht gruwelijk compenseren ten koste van alles en iedereen.” Hij wil “dat paal en perk wordt gesteld aan dit fanatisme”.

Het onderwerp heeft me nog niet losgelaten en daarom wil ik jou alsnog wél even de diepte mee innemen. En een oplossing voorstellen, want in Roderick’s schrijven vond ik er geen. Als je gaat graven, namelijk, dan ontdek je dat deze ouders behalve voor hun kinderen, ook geen tijd en aandacht hebben voor zichzelf. Zij proberen op hun beurt aan allerlei al dan niet bewust opgelegde verwachtingen te voldoen. Een succesvolle carrière, een leuk sociaal leven, een strak lichaam, een gezellig gezin, een mooi huis. Het kan en moet allemaal en zo dient het vooral ook gepresenteerd te worden aan hun echte én digitale vrienden. Agenda’s van ouders en hun kinderen zitten propvol. Gadgets lossen vrije uurtjes op en aan de hand van stickers plakken wordt ‘lastig’ gedrag uit de weg geruimd.

onder-je-kussen-30_site

De zaadjes van de verwachtingen (van hun kinderen en zichzelf) zijn bij deze “onuitstaanbare ouders” geplant in hún jeugd. Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe meer volwassenen het voor het zeggen hadden en het kind moest gehoorzamen. Deed je dit niet, dan kreeg je straf. Regels over hoe het hoorde werden bovendien (meer) opgelegd  door kerken, scholen en andere instanties. Van een prestatiemaatschappij was nog minder sprake en de aandacht was ongetwijfeld meer bij het hier en nu. Maar hoeveel van die aandacht was écht en oprecht? Waren jouw ouders tevreden met wie jij was als individu of waren ze tevreden omdat je naar hen luisterde (en in hun ogen “lekker plezier” had)? In hoeverre kon en mocht jij jezelf zijn? Konden jouw ouders zichzelf zijn? En hun ouders? Iedere generatie heeft zo een beetje meer ruimte weten te ‘ontfutselen’.

Ruimte is er nu wel dégelijk. (Oeh, laat dat eens tot je doordringen!) Vroeger moest er meer zwaar fysiek werk verricht worden, waren er minder machines (laat staan slimme apparaten) die taken van ons overnamen en was er de zorg voor veel grotere gezinnen. Punt is alleen dat we de ontstane ruimte niet innemen, maar dat we de tijd nog steeds opvullen met voldoen aan die verhipte verwachtingen. We streven allerlei doelen in de buitenwereld na en laten onze aandacht van het pad van dingen die er écht toe doen afleiden door de onbehapbare hoeveelheden informatie, beelden en mogelijkheden die dagelijks op ons afgevuurd worden. En waarvan we van onszelf verwachten dat we er iets mee moeten.

Stiekem denk ik dat die “onuitstaanbare ouders” zo hard schreeuwen om de stem die ze vroeger niet konden laten horen alsnog te laten gelden. Misschien komen ze eigenlijk niet op voor hun kind, maar voor hun eigen innerlijke kind. Het innerlijke kind dat nooit geleerd heeft dat het mag zijn wie het is. En dat het op zichzelf kan vertrouwen.

Die “onuitstaanbare ouders” zitten gewoon een beetje in de knoop. Ook zij voelen dat de wereld verandert. Alsof ze laatste pogingen doen om zich vast te klampen aan (schijn)zekerheden in de buitenwereld. Als je maar genoeg verdient, als je maar de juiste diploma’s op zak hebt, als je maar ergens heel goed in bent, als je maar netjes dankjewel zegt en handjes schudt, oftewel als je maar voldoet aan verwachtingen, dán ‘komt het goed’. Om iets te bereiken, dien je in jezelf te geloven en daarom wordt hun kinderen bovendien dagelijks verteld dat zij de állerbeste zijn. Omdat er geen tijd en oprechte aandacht is, wordt alles wat zij doen en zeggen klakkeloos beloond met superlatieven. Wat dat betreft ben ik het wel een beetje met Roderick eens. Hij vreest voor een nieuwe generatie onuitstaanbaren: de nieuwe generatie die denkt “dat alles om hen draait. Opgejaagd door ouders, verwend met applaus en onkundig met tegenslagen.”

Toch heb ik grote hoop dat kinderen daar zelf een stokje voor gaan steken. Niet voor niets hoor ik steeds meer ouders zeggen dat hun kind zo ‘gevoelig’ en ‘pittig’ is (Count me in, baby!). Kinderen van nu dagen je uit om op te komen dagen. Als de meest oorspronkelijke versie van jezelf. Om je tablet als oppas en je beloningssystemen om iets van ze gedaan te krijgen overboord te gooien. Om de verbinding áán te gaan, met hun en vooral ook met jezelf. Kinderen willen oprechtheid, waarheid, gelijkwaardigheid en dat je je openstelt. Ze willen dat je hen ziet, hoort, accepteert en respecteert. Dat je van ze houdt, precies zoals ze zijn. Juist om wie ze zijn. Dat vraagt dat jij steeds meer jezelf gaat zien, horen, accepteren en liefhebben. Precies zoals jij bent. Dat je het vertrouwen in jezelf en in het leven niet uit prestaties en gadgets in de buitenwereld haalt, maar uit je diepste binnenste. Je kind volgt namelijk je voorbeeld; niet je advies.

Dat is niet de weg van de minste weerstand, maar wel een naar een ‘uitstaanbare’ wereld. Haha, misschien zelfs de snelweg naar complete verlichting 🙂 Het pad van waardering is een prachtige manier om die verbinding op een laagdrempelige en sprankelende manier aan te gaan. Het betekent niet dat je je kind de hemel in prijst, maar dat je heel bewust stilstaat bij – aandacht hebt voor – wat je kind voor jou betekent. Dat je leert benoemen hoe je kind jouw leven verrijkt en dat je dat ook deelt. Dat gaat veel dieper dan ‘mooi’ of ‘goed’. En – erg fijn meegenomen – het maakt dikke vette korte metten met verwachtingen. Ruimte héb je, nu de tijd nog maken! Oh wacht, wat dacht je van in stilte oefenen langs de zijlijn? Ssssst…

jij bent in verbinding

Ik heb éééven mijn eigen tijd nodig

de-manier-waarop-copy

Trampolines stonden tot voor kort alleen in (speel)tuinen van anderen en daarom was in ons huis tot die tijd het grote bed letterlijk en figuurlijk mijn zoons springplank. Een tijdje geleden waren we samen beneden, toen meneertje (4) zei: “Ik moet even naar boven.” Je begrijpt, dat is codetaal voor ‘tijd om te springen’. Toen ik later de slaapkamer binnenstapte om schone was in de kast te leggen, riep hij al hupsend glorieus een aantal woorden waarover ik ‘m vroeg of hij ze misschien wilde herhalen. Ik had het goed gehoord: “Mama, ik heb éééven mijn eigen tijd nodig.” Hij grijnsde van oor tot oor.

Ik had mijn zoons uitspraak op een kladbriefje geschreven om ‘m later over te nemen in een o.a. daarvoor bedoeld schrift. Terwijl ik de volgende dag met iets bezig was in de keuken, had hij een aantal rondslingerende papiertjes gepakt en was ermee aan het knippen geslagen. En – ik verzin het niet – wat kreeg ik op een presenteerblaadje toen hij vervolgens enthousiast naar me toekwam met zijn knipsel? Dit:

ik-heb-mijn-eigen-tijd-nodig-zw

Woorden. Je kunt over ze struikelen, ermee spelen, ze uit de mond van een ander halen en ze afwegen. Soms is iets te gek voor woorden, moet je erop passen, blijven ze hangen of wil je ze ergens niet aan vuil maken. Soms gebruik je ze om stiltes op te vullen en een andere keer heb je aan een half exemplaar genoeg. Soms moet je naar ze zoeken. Soms komen ze vanzelf of ontglippen ze je zelfs. Soms zijn ergens geen woorden voor, of heeft iemand het laatste genomen. Soms zou je ze zelf liever terugnemen, maar dat kan nooit want uitgesproken woorden zijn gegraveerd in de eeuwigheid. Soms moet je net zo lang slijpen tot woorden precies omschrijven wat je bedoelt en soms zorgen ze dan nóg voor verwarring. Soms vergen woorden moed. Om te zeggen wat je werkelijk vindt of voelt, om jouw waarheid te spreken. Soms zeg je heel vaak soms. En soms… komen je eigen woorden (meerdere keren) bij je terug!

In het systeem waarin wij leven gebruiken we symbolen om met elkaar om te gaan en elkaar te begrijpen. Taal (gesproken en lichaamstaal – ik richt me hier op het eerste) is het meest gebruikte symbool waarmee wij communiceren (waarmee we in contact treden met onszelf en anderen). Jij en ik gebruiken zo’n 16.000 woorden hardop per dag, veelal onbewust en op de automatische piloot. Ook de publieke ruimte is gevuld met woorden. Er worden er dagelijks honderdduizenden over ons uitgestrooid.

Ik vraag me wel eens af hoeveel woorden zomaar het universum in geslingerd worden, zonder juiste of heldere intentie en zonder besef van het effect van onze keuze ervan. Want woorden lijken misschien ‘slechts’ woorden, ze hebben enorme kracht. Woorden raken. Ze zorgen óf voor afstand óf voor verbinding. Met woorden kun je jezelf of iemand anders afwijzen of toelaten, afbreken of verwarmen en laten stralen.

Natuurlijk wil jij je kind laten stralen! Een van de eenvoudigste én meest effectieve manieren om een ander het gevoel te geven dat hij/zij gezien wordt, is door je waardering over te brengen. Wat zou er gebeuren als je je (nóg meer) richt op wat je in je kind waardeert? En als je de tijd neemt om de juiste woorden te zoeken en vinden, en die ook uit te spreken? Hoe voelt je kind zich dan? Hoe voel jij je dan? En wie en wat zouden jullie dan ‘zomaar’ allemaal nog meer kunnen gaan waarderen? Met Onder-je-kussen-kaartjes ontdek je het. Haal de zonnebrillen maar te voorschijn!

Welke woorden heb jij weleens teruggekregen, bijvoorbeeld van je kind?

Foto credits: www.ohbeautifulworld.com

Foto: www.ohbeautifulworld.com